Vieze schatjes

Lieve hemel…vandaag zou ik een piano stemmen in een studentenhuis. Zo’n corpsballenhuis, u kent het wel. En als u het niet kent heeft u er vast wel een beeld bij.
Hoe dan ook, lees en huiver!

Ik belde aan bij een vervallen voordeur naast een coffeeshop. Een slaperige student in badjas deed open. Uit de poriën van deze jongeman kwam een geur die me sterk deed denken aan een oude vuilniszak met rotte eieren en opgedroogde sterke drank.
Deze stinkende badjascorpsbal vroeg half geeuwend wat ik kwam doen. Toen ik aangaf dat ik de piano kwam stemmen keek hij me met enige vertraging verbaasd aan, liet me binnen en stoof vervolgens, brullend naar zijn nog slapende huisgenoten, de hal in.
Ik liep de lange gang door. Een reeks half opengescheurde vuilniszakken geurden me tegemoet. Boven de vuilniszakken hingen honderden ranzige foto’s van dronkenlappen. Aan het einde van de gang pronkte een stinkende pisbak met bruin, geel en groen aangekoekte ranzigheid waarvan ik de herkomst niet wil weten. Ik denk u ook niet…

In de verte hoorde ik deuren slaan. De huisgenoten werden met gestreste hand door de badjascorpsbal uit bed getrommeld.
Enkele minuten later stonden er vijf naar slaap en oude drank stinkende studentjes voor mijn neus in scheefhangende boxershorts en vale, gekreukte t-shirts met vlekken.
Ze hadden de piano gekregen. Er kwam nog amper geluid uit maar dat kon ik vast wel fixen, dachten ze. Hij moest alleen ‘gewoon’ nog even gestemd worden.
Ik liep het vertrek in waar de piano stond en na een korte analyse kwam ik tot de conclusie dat de enige juist plek voor deze piano, de schroothoop zou zijn. De menigte ranzige studentjes keek me beteuterd aan. Ik had even met ze te doen. Ineens zag ik hoe jong ze eigenlijk nog waren. Amper droog achter de oren. Nog maar net de baard in de keel. Vers onder moeders rok vandaan. Daar stonden ze in hun hemd te luisteren naar een oude pianomevrouw die hen kwam vertellen dat er niks meer aan hun nieuwe muzikale aanwinst te doen was.
Na wat gestamel en gemompel trokken de jochies zich terug om even op de gang te overleggen.
Ondertussen observeerde ik het vertrek. Pizzadozen, bierdoppen, etensresten, alles was vaal en vies. Het enige nieuwe in het huis was de enorme fles whisky. Glanzend pronkte de fles op de aangekoekte tafel.
Even verderop, op een bar stond een tafelstrijkplank met strijkbout. Overal lag troep, op, naast, tussen, onder, in, achter, voor. Maar om de strijkplank was het schoon! Tja, je moet natuurlijk geen ranzigheid op je net gestreken pak krijgen…
Mijn vooroordeel over studenten werd weer bevestigd. Hoe netter het pak, hoe rotter de binnenkant.

De corpsballen stommelden de kamer weer in. Nou, ik kon wel weer gaan dan.
Ik vertelde dat ik dan wel 25 euro voorrijkosten in rekening zou brengen. Daarop stoof de menigte wederom nerveus uiteen. Ditkeer ieder naar hun eigen kamer om geld te zoeken.
Uit iedere hand ontving ik een paar euro, en na wat over en weer geschuif met euro’s kwamen we uiteindelijk uit op het totale eindebedrag. Met een zware portemonnee vol klinkende munten en mijn stemkoffer in de hand wandelde ik weer langs de stinkende pisbak, de wand vol klevende foto’s van dronkenlappen en de stinkende, half opengescheurde vuilniszakken richting de uitgang.
De badjascorpsbal riep me na: “We gebruiken de piano wel gewoon als meubelstuk. Hij is heel mooi”. Waarschijnlijk riep hij dat om de teleurstelling voor zijn eigen gemoed wat te temperen. De badjascorpsbal was best een schatje. En met een glimlach op mijn gezicht liep naar buiten.

Toen ik mijn avonturen bij thuiskomst aan mijn vriend vertelde zei hij: “Ach, ooit neemt ieder van deze ranzige studentjes een vrouw die hem schoon houdt”.
Ik vroeg of hij uit ervaring sprak. Hij ontkende niet maar zei: “Ik was niet zo erg hoor”.

Tsss…ik ga douchen!

Advertenties

Lunchpauze

Tussen het stemmen door besloot ik ergens te gaan lunchen. Ik had vandaag alleen klanten in Groningen-stad, dus lunchgelegenheden genoeg.
Eenmaal neergestreken in de beste koffiegelegenheid van Groningen zag ik aan het tafeltje voor me een moeder zitten met haar zoontje.

Het zoontje zal een jaar of vijf geweest zijn, schat ik. Hij was duidelijk kaal geweest. Uit zijn schedel groeide her en der wat pluizig vers haar. Zijn gezicht was opgeblazen. Waarschijnlijk veroorzaakt door zo’n Prednison-achtig medicijn.
Het was de blik van deze jongen die me in verwarring bracht. Ik zag een kind van vijf jaar oud met de blik van een oude man. Zo’n blik die teveel heeft gezien.

Als overgevoelige sentimentele muts doemt in mij op zo’n moment altijd een neiging op dat jongetje hartstochtelijk te willen knuffelen. En dan wil ik hem in zijn oor fluisteren dat alles goedkomt.
Wat is dat toch, dat wij mensen onze in leed verkerende medemens telkens willen vertellen dat het goedkomt? Ook als het helemaal niet goedkomt.
Hoop geven, dat doen we graag. Vooral vrouwen hebben daar nogal ‘s een handje van geloof ik…
Ok, laat ik het bij mezelf houden… Als ík mijn verstand zou uitschakelen dan blijft nog slechts een dramaqueen over die de hele dag uitroept hoe prachtig alles is, en tegen al wat niet prachtig is vol passie uitroept dat het goedkomt!
Lang leve de ratio!

Het jongetje kluift op een croissant en glimlacht intens tevreden naar zijn moeder. Tegenover al die chemo-ellende  is een gewone eenvoudig croissant eten waarschijnlijk een hemelse beleving.
Zoveel dankbaarheid tijdens het kauwen op een croissant heb ik bij mijn eigen dochter nog nooit gezien. Gelukkig maar…want die blik van dat jongetje bestaat alleen als daar genoeg drama tegenover staat. Leed dat mijn dochter tot nog toe, en ik hoop voor de rest van haar leven, gespaard is gebleven.
Mijn gezonde dochter die na een lange schooldag haar tas in een hoek smijt, zichzelf op de bank stort en zuchtend en steunend vraagt wat en wanneer we gaan eten. Om vervolgens, na mijn antwoord steevast te vervallen in een spraakwaterval van geklaag. ‘Ieuwwww, had je niet wat anders kunnen bedenken?’ ‘Duurt het nog zooooooo laaaaanggg……’. ‘Getver, je weet dat ik daar niet van houd’. ‘Ah, als ik nog een kwartier moet wachten op eten dan ben ik dood’. (Ze heeft overigens ook haar goede kanten hoor, mijn dochter…).
Op die momenten wens ik vurig dat ze ooit nog ‘s zo’n dankbare blik toont als dat jongetje vanmiddag. Maar ja, als de voorwaarde is dat ze dan eerst iets verschrikkelijks moet meemaken…..dan maar wat minder dankbare blikken.

Het is tijd, de volgende klant roept.

Pianopoes

“Geeft u ook pianoles?”, vroeg de vrouw des huizes terwijl ik in haar zogenaamde ‘poezenkamer’ de klep van de piano tilde. “Nee, dat is een heel ander vak”, zei ik. Ondertussen realiseerde ik me dat dit deze week al de derde keer was dat me deze vraag gesteld werd.
Op de één of andere manier denken veel mensen dat een piano stemmen bijna ‘t zelfde is als pianoles geven. Een banketbakker repareert toch ook z’n eigen ovens niet. En de ovenbouwer heeft hoogst waarschijnlijk nog nooit z’n eigen brood gebakken. De kans is zelfs aanwezig dat ie z’n boterhammen niet eens zelf smeert…dat doet zijn vrouw misschien wel iedere ochtend voor ‘m.
Ik ben de ovenbouwer. En de pianodocent is de banketbakker. Helaas moet ik ‘s ochtends wel mijn eigen boterhammen smeren…

Goed, we zijn nog steeds in de poezenkamer. Een luxe naam voor een berghok omdat er toevallig ook nog een kat woont. Wat moet een kat eigenlijk met een kamer vol klim en klauterpalen? Gooi dat beest naar buiten en laat ze een boom opzoeken! Bomen genoeg, zelfs in de stad. Maar dat terzijde.
Ik houd overigens erg veel van dieren….maar ook dat terzijde.

Ondertussen legde ik de mevrouw uit wat het verschil is tussen een pianostemmer en een pianodocent. De mevrouw wilde nog veel meer weten, ik geef in het begin uitgebreid antwoord. Geïnteresseerde klanten zijn namelijk leuk! Maar als ik sommige klanten hun gang laat gaan dan ben ik drie keer zolang bezig dan normaal. En daar kan de schoorsteen  niet van roken. En dus zet ik, als het me teveel wordt, demonstratief de stemhamer op een stem-pen.
Mevrouw de kattenbazin pikt de hint op en vertrekt naar haar woonkamer waar ze vervolgens met naar hysterie neigend luide stem gaat zitten bellen.
Ik duw de deur van de kattenkamer met een geïrriteerde klap dicht en neem plaats achter het klavier.   Een prachtig instrument. Sierlijk gedraaide poten. Begin 1900, schat ik. Een statig, indrukwekkend antiek meubelstuk. Gedegradeerd tot gebruiksvoorwerp in de kattenkamer. Eigenlijk had mevrouw liever een nieuwe Chinese hoogglans piano gehad, zo’n goedkope nieuwe, die had wel in haar woonkamer mogen staan. Maar helaas te duur voor mevrouw, ze moest het doen met het oude erfstuk…. Dat de klank van zo’n goedkoop Chinees stukje prutswerk niet om aan te horen is dat doet er niet toe. Het oog wil ook wat….het oog wil namelijk een meubel dat past bij de Ikea woonkamer. Geen imposante antieke kast uit 1900 met een klank waar je U tegen zegt. En het oor is ondergeschikt gemaakt aan de wensen van het Ikea-oog. Een doorn in het oor van de pianostemmer.

Ik schrok op van een kat die aan de andere kant van de deur tegen de deurkruk sprong. Met een zwaai klapte de deur tegen de muur en de kat trad de kamer binnen. Statig, zelfverzekerd, arrogant bijna. Mij volledig negerend liep ze naar haar drinkbak en nam een paar slokken.
Ondertussen stemde ik door….sloeg akkoorden aan, draaide aan de snaren. De kat rekte zich uit, keerde om en ging schuin achter me zitten. Ik voelde me bekeken.
Als pianostemmer word ik wel vaker bekeken als ik aan het werk ben. Soms geïnteresseerd, soms ongemakkelijk. Maar bekeken worden door een kat is echt van een andere orde! Het was duidelijk, ik hoorde daar niet, vond de kat.
Ik was inmiddels bij de hogere tonen aanbeland en sloeg ze met opzet extra hard aan…daar houden katten niet van. En inderdaad, met een klagende grom verliet de kat met beledigde tred de ruimte.

Ik stemde verder, rekende af en vertrok.
Op het volgende adres stond een goedkope gloednieuwe zwarte Chinese hoogglans-piano op me te wachten…in de woonkamer….dat wel…

Mijn vrienden en het songfestival

Gisteravond vierde ik met een select groepje vrienden mijn tweeënveertigste verjaardag. Rond half 7 druppelde iedereen binnen. We aten, dronken, spraken en lachten wat. Allemaal waren we het er over eens dat we niet naar het songfestival zouden gaan kijken. Niet aan ons besteed. Wij zijn allen namelijk cultureel goed ontwikkelde mensen met ‘goede’ smaak, muzikaliteit, taalgevoel en intellect en we verlagen ons dus zeker niet tot een carnavalesk evenement als het songfestival.
Het liep anders….

Iedereen had al vernomen dat Ilse en Waylon kansen hadden om hoog te eindigen. Desondanks bleef de tv uit.
Omdat tussen alle gespreksonderwerpen door toch steeds het songfestival weer kwam opdoemen, heb ik na verloop van tijd de tv aan de andere kant van de kamer toch maar aangezet. Zonder geluid. Slechts onder het mom van ‘dan kunnen we straks alleen even zien hoe Nederland het doet’.
Er stond dus een cd van Wende Snijders op met het beeld van het songfestival erbij. Hilarisch! Ik kan het iedereen aanraden!

We keuvelden verder, een nieuwe fles wijn werd aangebroken. Tot we plots, in een ooghoek, want we waren heus niet zo gefixeerd op die tv hoor, Ilse en Waylon in beeld zagen verschijnen. Als raketten stoven we met z’n allen, onder een luidkeels ge-jaaaaaaa en ge-jeeeeee in de richting van de tv en ploften genoegzaam met gevuld glas en een verwachtingsvolle glimlach neer op de bank.
De rest van de avond bleven we kijken en zelfs de grootste in ons gezelschap vertoevende tegenstander van welke vorm van nationalisme ook, werd meegesleurd in de euforie van de liedjeswedstrijd. Ik pakte de hand van een vriendin naast me vast elke keer als een land de twaalf punten zou gaan vergeven, en Nederland van dit land nog geen punten had ontvangen. Het was rete-spannend!

“The Netherlands” schoven wat heen en weer tussen de tweede en de vijfde plek….nog maar een fles wijn dan!
Zou het dan toch kunnen? Nederland eerste?
Het is dat ik geen Nederlandse vlag in huis had, anders waren we er ongetwijfeld met z’n allen mee gaan zwaaien.

Maar toen kwam de vrouw met de baard. De ene twaalf punten na de andere haalde ze binnen. De baardmeermin liep uit. Een politiek statement? Misschien. Wij vonden Ilse en Waylon beter. En wij konden het weten. En dat had heus niets met enig gevoel van nationalisme te maken, houden wij ons tegen beter weten in nog steeds voor…

De spanningen liepen hoog op. Nu we zo hoog stonden wilden we winnen ook! Ja, voor ons waren Ilse en Waylon inmiddels  al ‘we’ geworden….nota bene….

Maar zeg nou zelf, Nederland is toch gewoon eerste geworden? Want vrouwen met baarden, die heeft God niet geschapen. Vrouwen met baarden bestaan niet. En dus werden Ilse en Waylon gewoon eerste! Vinden wij. En wij kunnen het weten….
Niet dat ik iets tegen vrouwen met baarden heb hoor, en ik geloof ook niet in God. Maar ik wil zo graag dat Nederland eerste wordt…dus sturen we de baardmeermin gewoon terug naar het sprookje waar ze uit komt.

Mijn vrienden en ik, net gewone mensen.
Het was een mooi feestje!

 

Quatre-mains

Er staan in Nederland heel wat piano’s ongebruikt in een hoekje te verstoffen. De reden waarom die piano’s daar ongebruikt staan loopt nogal uiteen. Dochterlief ging puberen en ruilde ’t pianospelen in voor een vriendje, de piano wordt verruild voor de turnclub, drukte op ’t werk, toch liever een drumstel, te beroerd om te studeren, gewoon even geen zin, en zo voort, en zo voort.

Vandaag was ik bij een mevrouw die niet meer speelde sinds haar quatre-mainspartner was overleden enkele jaren geleden. Pijnlijk! Aan de boeken te zien speelde mevrouw op een behoorlijk niveau. Eeuwig zonde om dan al je muzikaliteit weg te stoppen in het graf van je speelmaatje. Maar oh zo begrijpelijk.
Altijd samen gespeeld, altijd samen plezier, altijd de muzikaliteit gedeeld. En dan opeens moet je ’t alleen doen, moet je de liefde voor muziek uit jezelf halen met daarbij ook nog ’s keer op keer de confrontatie met het gemis van een dierbare.
Nee, ik zeg niet vaak dat er een goede reden is om een piano in hoekje te laten verstoffen. Maar in dit geval…onvermijdelijk…

Gelukkig heeft mevrouw zich na jaren uit haar dip getrokken en wil ze voorzichtig weer proberen om wat te gaan spelen. Man, ik zou haar willen omhelzen en vasthouden terwijl ze speelt. De liefde voor muziek in haar proppen zodat ze ’t weer kan voelen. Voelen hoe fijn het is, voelen dat in die muziek ook haar maatje voortleeft, ook al is ze dood.
En wie weet, als ze de muziek weer in haar lijf voelt, vindt ze dan wel weer een nieuw quantre-mainsmaatje. Ik gun het ‘r zo!

 

Coach

Sinds kort heb ik als ondernemer een coach. Hij begeleidt me in m’n ondernemerschap, geeft tips en adviezen, houdt me een spiegel voor en geeft me zelfs af en toe, als het nodig is (en ik ben bang dat ’t wel eens nodig is), een schop onder m’n eigenwijze ondernemerskont.
Niet dat het slecht gaat met ’t pianostemmen, de groei zit er goed in, maar het kan altijd beter of misschien wel anders. En een frisse blik op mijn vastgeroeste ondernemersgeest lijkt me best nuttig.

Tijdens het eerste gesprek kreeg ik een waslijst vol tips waar ik meteen gretig mee aan de slag ben gegaan.
Eén van die tips was een ondernemersplan schrijven.
Nou heb ik in al die jaren dat ik pianostemmer ben nog nooit een ondernemersplan geschreven en eigenlijk vond ik dat ook altijd nutteloos, tijdverspilling en klinkklare onzin.
Maar, zegt de coach, het blijkt dat de meeste ondernemers die ’t niet redden, geen ondernemersplan hadden…  Hm, dat zegt dan toch wel iets…..moet ik toegeven…
Ok, en nadenken over missie, doelen, doelgroep, werkgebied, enz. enz. is ook eigenlijk best nuttig.
En dus zou dat ondernemersplan misschien wel het verschil kunnen maken tussen mijn huidig belegde boterham met euroshopper pindaas en een toekomstig kakelvers meergranenbroodje met echte roomboter en een flinke plak Old Amsterdam kaas.
Dat meneer de coach een erg lekker ding is waarvoor je met plezier een leuk documentje in elkaar draait doet er natuurlijk helemaal niet toe. Ik doe het heus allemaal voor mezelf. Echt!
En dus ben ik zes jaar na het oprichten van mijn bedrijf, toch maar begonnen aan het schrijven van mijn ondernemersplan.

Bij het onderdeel ‘missie’ staat:
-Maandag t/m vrijdag: brood met roomboter en Old Amsterdam kaas.
-Zaterdag en Zondag: croissantje met vers geperst sap
-Eens in de maand een champagneontbijt, in een bubbelbad….

(On)gewenste intimiteiten

Soms vragen mensen zich af of het niet gevaarlijk is om als vrouw alleen bij wildvreemden in huis de piano te gaan stemmen. En dan doelen ze vooral op mijn mannelijke clientèle.
Nou, dat valt erg mee hoor.  Mijn klanten (en zo ook de mannen) zijn over het algemeen beschaafde en vriendelijke mensen. En de oerdrift die diep van binnen nog in iedere man schuilt, die hebben wij vrouwen er na al die jaren van emancipatie waarschijnlijk zo goed uit geramd dat de meeste mannen het niet in hun hoofd halen om seksueel getinte toespelingen te doen als een vrouw bij hen thuis de snaren een beurt geeft.

Het is natuurlijk ook wel erg fijn dat ik als vrouwelijke pianostemmer niet meteen bij binnenkomst op de vleugel wordt gesleurd voor een nummertje maar bij die alleenstaande mannen hangt er toch altijd een bepaald sfeertje in de lucht. En als het dan ook nog een aantrekkelijke man is, met bijvoorbeeld de charme van Matthijs van Nieuwkerk of  ’t lichaam van  Epke Zonderland, tja… hou het dan maar ’s professioneel. Maar, ik ben een vakvrouw hoor, ik kan dat!

In de meeste gevallen is die alleenstaande man helemaal niet zo goddelijk, en hangt er een druppel kwijl aan z’n kin, draagt ie een broek die op een hele foute manier te strak in z’n kruis klemt met daarboven een net iets te wijd jasje in net niet dezelfde kleur als die foute broek. En daaronder zit dan een te strak overhemd waardoor de bierbuik nog extra geaccentueerd wordt. In de zomer heeft ie er dan ook nog sandalen bij aan…. met sokken!!!
Nou, dan heb ik wel ’s spijt dat ik pianostemmer ben geworden hoor.
Maar ach, als ik dan dat blije gezicht van die kwijlende sandalenman zie als ik na het stemmen een mooi mineur akkoord aansla, dan keer ik toch weer gelukkig huiswaarts.

Studentenpiano

Wij pianostemmers komen bij veel mensen thuis. Bij jonge mensen, oude mensen, gekke mensen, verlegen mensen, brutale mensen, onbeschofte mensen en gelukkig ook heel veel lieve mensen.

En dan zijn er nog de stuiterende kinderen, brave hendrik kinderen, stinkende honden, keffende hondjes, scheenbeenberijdende kuthondjes, stokoude poezen of wat-moet-jij-hier-nou starende katers.

Niet te vergeten zijn er dan nog de huizen; propere huizen, bomvolle huizen, stinkende huizen, ambi-pur huizen, kattenpis huizen, ijskoude huizen, snikhete huizen, droge huizen, schimmelhuizen, enzovoort.

U zou dus denken dat wij stemmers, na al die jaren, wel wat gewend zijn. Toch bestaan er situaties die zelfs voor ons te gortig zijn. Vorige week was het weer zover. Ik belde aan bij een studentenvereniging. Ik hoor u denken: “Oh, een studentenvereniging. Tja, dan kan je ellende verwachten”. Ja, ik was inderdaad voorbereid. Ik verwachtte minstens een piano met van bier aan elkaar klevende toetsen, met minstens dertig zwarte brandplekken door uitgedrukte peuken. Dit alles vanzelfsprekend in een entourage van zevendehands bankstellen vol gaten en scheuren, een klevende vloer en een penetrante, ranzige geur van bedorven etensresten. Want zo ben ik ze inderdaad wel ’s tegengekomen.

Maar dit keer ging het anders.
Een student in een smetteloos pak deed open en bracht me naar de ruimte waar de piano stond. Een keurige bar met daarop zelfs een vaas met bloemen! Bloemen! In een studentenhuis! Een keurig bankstel, fleurige gordijnen, een smetteloze biljarttafel en een zwarte hoogglans piano. Ik tikte met mijn voet een paar keer tegen de houten vloer, maar nee, ik bleef niet kleven.
Verrukt en verrast nam ik plaats achter de piano. Maar tijdens het stemmen bekroop mij toch een angstig gevoel. Horen studenten niet gewoon viespeuken te zijn? Hoe kan het dat ze hier zo schoon zijn? Waar staat die verborgen camera? Maar nee hoor, ’t was allemaal echt!
Toen ik klaar was bleek de student met wie ik zou afrekenen in geen velden of wegen te bekennen, dus wandelde ik wat door het pand en belandde zo in de keuken. Op het aanrechtblad een heuvel afwas, minstens vijf tegels hoog. Tegen de muren vetspetters en op het plafond resten van tomatensaus. En ja hoor, de vloer plakte onder m’n schoenzolen! Hè, gelukkig! Ik haalde opgelucht adem…..studenten zijn nog steeds viespeuken!

 

Haren

Als Groningse pianostemmer kom ik wel ’s in Haren. In Haren staan namelijk ontzettend veel piano’s. Datzelfde pianorijke Haren is vanavond wereldnieuws. Een meisje wilde een feestje aankondigen op Facebook, vergat daarbij het vinkje ‘privé’ aan te vinken en het hek was van de dam.
In het Journaal vlogen fietsen en verkeersborden door het beeld, werden winkels geplunderd, tuinen vernield en schuurtjes gekraakt maar van piano’s geen spoor.
Zou er eigenlijk in de geschiedenis ooit iemand zijn geweest die heeft geprobeerd om de ME te bekogelen met een piano of een vleugel? Ik betwijfel het. Die dingen zijn in je eentje amper te tillen.
Het zou natuurlijk kunnen dat men met een aantal vandalen de piano het dak op sleept en van bovenaf op de ME laat storten. Heel effectief, meerdere slachtoffers ineen en waarschijnlijk op slag dood ook. Wel zonde van die piano’s overigens, ik kan  veel repareren maar een van een dak gestorte piano daar valt geen eer meer aan te behalen.

Nu wil ik natuurlijk niet de indruk wekken dat ik iets tegen de ME heb. Ik gun ze een heel lang leven met hopelijk een wat minder gruwelijk einde dan bedolven te worden onder een uit de lucht vallende piano in Haren.
Ik vraag het me gewoon af, als pianostemmende vakidioot. Meer bedoel ik er niet mee.

Maar daar wilde ik het eigenlijk helemaal niet over hebben. In Haren wonen mensen die wel ‘s een paperclip op de zangbodem van hun vleugel leggen voordat de stemmer komt. Die paperclip resoneert mee met de klanken in de piano en geeft dan een vervelend bijgeluid. Tja, en een bijgeluid in een vleugel…spoor dat maar ’s op….
De pianostemmer die de paperclip vindt mag blijven, zo werkt dat. Vind je boosdoener niet, jammer dan, zoek maar een andere klant.
Wat die klanten in Haren niet weten, is dat ik als doorgewinterde stemmer die truc natuurlijk allang ken. Ik speel het spelletje een tijdje mee en trek een verbaasd gezicht. Goh, een bijgeluid…. waar zou dat nou vandaan komen? Ik onderzoek de piano van boven naar beneden, kijk wat bedenkelijk en wrijf met mijn wijsvinger peinzend over mijn kin. Als de klant al bijna denkt dat ze weer een hopeloos geval binnen heeft gehaald steek ik hoopvol mijn vinger in de lucht. Ik tuur over zangbodem en zie daar…..een paperclip!!!
Na een paar over en weer vliegende oh’s en ah’s maken we glimlachend een afspraak voor de volgende stembeurt.

Ik hou er wel van hoor, kritische klanten. Hoe moet je anders als leek weten wat voor stemvlees je in je pianokuip hebt?
Dus lieve vandalen, wees een beetje voorzichtig met dat fijne, kritische, pianominnende Haren!

Hormonen

Laatst was ik bij een congres voor Europese pianotechnici. Het eerste wat opviel was dat het vooroordeel klopt. Pianostemmers zijn man, vijftig plus (ik denk wel zestig plus maar laat ik ze het voordeel van de twijfel geven), ietwat stoffig, einzelgänger en een beetje vreemd.
Nou, daar zit je dan als voormalig dertiger (ik heb nog wat moeite met het woord ‘veertiger’) van het vrouwelijke geslacht, sociaal, verre van stoffig en, ok, ik geef toe, ook een beetje vreemd.

Tijdens de lunch zat ik aan tafel met een pianotechnicus uit Estland, een pianohandelaar uit Zweden, een stemmer uit Engeland en een technicus uit Duitsland. En hoe aardig en vakbekwaam ze ook zijn, ze voldeden allemaal aan het bovengenoemde beeld.

Het mag natuurlijk voor zich spreken dat ik voornamelijk op dat congres was om vakgenoten te ontmoeten, inhoudelijke informatie uit te wisselen, nieuwtjes te vergaren en workshops te volgen.  En dat is gelukt! Geweldige vakidioten gesproken, ontzettend veel geleerd en prachtige instrumenten en gereedschappen gezien en uitgeprobeerd.
“Congres geslaagd dus!”, dacht ik terwijl ik na een intensieve dag, voldaan naar het diner wandelde.
Het liep anders…

Ik ging aan een tafel zitten waar enkele Belgen net bezig waren hun voorgerecht naar binnen te werken. Aan één kant naast me was nog een stoel vrij. Ik had me net aan de mij onbekende tafelgenoten voorgesteld toen er een man naast me kwam zitten. Ook een Belg, handelaar in piano onderdelen, jong en woest aantrekkelijk. Wat zeg ik? A-dem-be-ne-mend!  Hij kon zo de Coca-Cola reclame in! (die met ontbloot bovenlijf en van die jeans die om heupen hangt waar je als vrouw acuut van gaat kwijlen).
Nou heb ik normaal gesproken mijn hormonen goed in bedwang hoor. Maar als je daar zo een hele dag tussen de grijze, aseksuele stoffigheid hebt verkeerd, dan slaat de aanblik van zo’n goddelijke, ongeschoren Belg er wel in als een bom! Mijn hormonen, die zich gedurende de dag in het uiterste puntje van mijn grote teen hadden verschanst schoten als vuurpijlen m’n hele lijf door. En dan moet je ook nog met goed fatsoen een gesprekje voeren, je voorgerecht eten en NIET knoeien! Man, man, man, een piano stemmen is echt eenvoudiger hoor!

De Belg en ik raakten aan de praat over piano’s, hamerkopvilt, toetsbeleg, opstotervilt en hakjesleer, maar in mijn op hol geslagen hoofd dacht ik aan heel andere zaken. Ik had al besloten om toch bij nader inzien maar een hotelletje te boeken in plaats van naar huis te rijden. Want de Belg zat ook in een hotel. En je weet maar nooit wat er dan nog van zou kunnen komen… (samen in bad leek me ook wel wat, als voorspel wellicht…).

Mijn droom werd bruut verstoord toen er een vrouw aanschoof. En daar viel mijn fantasie ter plekke in duigen…het was de echtgenote van mijn onweerstaanbare Belg!
Ik had echt het liefst ter plekke die dame m’n voorgerecht in haar smoel gedrukt, maar ze was eigenlijk best aardig. Ja, dat is dan ook weer zo frustrerend, dat die mooie mannen dan ook nog een aardige vrouw hebben. De aanval inzetten is dan per definitie uitgesloten. Ze kunnen beter een bloedmooi secreet aan hun zijde hebben, daar kan je als vrouw tenminste met goed fatsoen de strijd mee aangaan.

En dus keerde ik na het diner toch maar huiswaarts met mijn opgedane kennis en mijn hormonen.
Ik heb een opwindend vak!